Perioperatief beleid – Bij gebruik van TAR

Middelen

(Acetylsalicylzuur (Aspirine®), carbasalaatcalcium (Ascal®), clopidogrel (Plavix®, Grepid®), dipyridamol (Persantin®), prasugrel (Efient®), ticagrelor (Brilique®)

Indien er geen hart/vaatziekte aanwezig is (primaire interventie) is het risico op een trombus laag en kan de acetylsalicylzuur gestaakt worden.

Het staken van TAR’s bij een secundaire preventie (o.a. na myocard infarct, beroerte of acuut coronair syndroom) is riskanter. Na Drug Eluting Stent (DES) stent plaatsing moet de stent geëndothelialiseerd worden. Dit duurt 1-3 maanden en in deze periode is de stent gevoeliger voor stenttrombose. In de eerste maanden is het van belang dat de combinatie van acetylsalicylzuur met clopidogrel of ticagrelor of prasugrel bij grote voorkeur niet gestaakt wordt en indien toch noodzakelijk dat dit gebeurt iom de cardioloog.

Zo nodig wordt er geopereerd onder voortzetting van de trombocytenaggregatieremming. Het bloedverlies neemt toe maar de mortaliteit en morbiditeit blijven ongewijzigd (3). Uitzonderingen waarbij de bloedingen en daarmee de sterfte toenemen zijn de transurethrale prostatectomie en craniotomieen (4). In onderstaand schema staan de noodzakelijke stappen die genomen dienen te worden indien de operatie niet uitgesteld kan worden.

Laag risico is alles wat niet hoog risico is.

TAR continueren als de ingreep dat toelaat. Onderstaand schema volgen als de ingreep onderbreken vereist. Patiënten met een TAR moeten daarnaast de gewone tromboseprofylaxe krijgen (LMWH).

Bij antistollingsmiddelen of combinaties niet genoemd in schema zo nodig overleggen met voorschrijvend specialist.

Monotherapie (acetylsalicylzuur of clopidogrel)

  • Acetylsalicylzuur
    • Continueren
    • M.u.v. enkele ingrepen met hoog bloedingsrisico
  • Clopidogrel
    • 5 dagen preoperatief onderbreken

Combitherapie (acetylsalicylzuur mét dipyridamol/clopidogrel/prasugrel/ticagrelor)

  • Acetylsalicylzuur
    • Continueren
  • Dipyridamol
    • 3 dagen preoperatief onderbreken
  • Clopidogrel
    • 5 dagen preoperatief onderbreken
  • Prasugrel
    • 7 dagen preoperatief onderbreken
  • Ticagrelor
    • 3 dagen preoperatief onderbreken
  • < 3 mnd TIA/ herseninfarct (bij voorkeur 9 mnd continueren)
  • < 3 mnd Drug Eluting Stent (DES) (bij voorkeur 6 mnd continueren)
  • ACS (+/- interventie): < 12 mnd
  • Status na Coronary Artery Bypass Grafting (CABG) of Percutane Coronaire Interventie (PCI)

Tenzij interventiecardioloog anders bepaalt.

TAR continueren als de ingreep dat toelaat. Onderstaand schema volgen als de ingreep onderbreken vereist. Patiënten met een TAR moeten daarnaast de gewone tromboseprofylaxe krijgen (LMWH).

Bij antistollingsmiddelen of combinaties niet genoemd in schema zo nodig overleggen met voorschrijvend specialist

Monotherapie (acetylsalicylzuur of clopidogrel)

Acetylsalicylzuur of clopidogrel continueren

  • Ingreep uitstellen
  • Uitstel niet wenselijk: overleg met voorschrijver/ chirurg
  • Bij stents: altijd overleg cardioloog over antistolling

Operateur herstart postoperatief de TAR. Start met een oplaaddosis (op geleide van bloedingsrisico):

  • Acetylsalicylzuur: 320mg
  • Clopidogrel: 600mg

Combitherapie (acetylsalicylzuur mét dipyridamol/clopidogrel/prasugrel/ticagrelor)

Combitherapie continueren

  • Ingreep uitstellen
  • Uitstel niet wenselijk: overleg met voorschrijver/chirurg
  • Bij stents: altijd overleg cardioloog over antistolling

Tirofiban overbrugging alleen als urgente ingreep nodig is < 4 weken na PCI en DAPT niet gecontinueerd kan worden bij de ingreep. Tirofiban 4 uur voor de ingreep staken en 4 uur postoperatief hervatten (i.o.m. de behandelend cardioloog/ anesthesist/ chirurg; hier kan gemotiveerd van afgeweken worden).

Operateur herstart postoperatief de TAR. Start met een oplaaddosis (op geleide van bloedingsrisico):

  • Acetylsalicylzuur: 320mg
  • Clopidogrel: 600mg
  • Ticagrelor: 180mg
  • Prasugrel: 60mg

Zie periprocedureel bloedingsrisico

Monotherapie (acetylsalicylzuur of clopidogrel)

Monotherapie onderbreken* bij:

  • Intracraniële chirurgie
  • Achterste oogkamer
  • Spinale chirurgie
  • Prostaat chirurgie

* Kan waarschijnlijk veilig indien > 6 mnd na PCI en bij zeer urgente operaties 3 mnd na DES. Maar overleg altijd met de voorschrijver.

Combitherapie (acetylsalicylzuur mét dipyridamol/clopidogrel/prasugrel/ticagrelor)

Combitherapie onderbreken* bij:

  • Intracraniële chirurgie,
  • Achterste oogkamer
  • Spinale chirurgie
  • Prostaat chirurgie

* Overleg altijd met de voorschrijver.

1. Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO. Richtlijn. Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie arteriële trombose. ISBN: 978-90-8523-193-6

2. Jong de J.S et al. Perioperatieve onderbreking van antistollingsmiddelen. NTvG 2009;153:1622-28

3. Kearon C et al. Managing of anticoagulation before and after surgery in patients who require oral anticoagulants. N Engl J Med 1997;336:1506-1511

4. Burger W et al. low-dose asperin for secondary prevention-cardiovascular risks after its perioperative withdrawal versus bleeding risks with its continuation. J Int Med. 2005;257:399-414

Tabellen

Perioperatief bloedingsrisico

#perioperatief_bloedingsrisico

Deze tabel is niet volledig: bij ontbrekende ingrepen overleggen met degene die de ingreep verricht.

LET OP: bariatrische ingrepen vormen een uitzondering met betrekking tot het perioperatief beleid. Hiervoor wordt verwezen naar een apart gedeelte van het regionale antistollingsprotocol.

Hoog bloedingsrisico

VKA stop

DOAC volgens “hoog bloedingsrisico”

Normaal bloedingsrisico

VKA stop

DOAC volgens “laag bloedingsrisico”

Niet significant bloedingsrisico Continueren antistolling

Dermatologie

– Mohs-procedure rondom het oog

– STEEP-procedure. Beleid na ingreep in overleg met stollingsarts

– Alle overige procedures, bij

combinatietherapie zo mogelijk één onderbreken

MDL

– Lever en nierbiopt

– Sigmoidoscopie met mogelijk poliepectomie

– Coloscopie met mogelijk poliepectomie

– Gastroscopie voor EMR of ESD

– 1e ERCP ooit

– Dilatatie tr digestivus

– Endo-echografie met punctie

– Rubberbandligatie bij slokdarmvarices en hemorroïden

– PEG(J) en PEJ-plaatsing

– PRG wissel met dilatatie

– Wissel en verwijdering 1e PEG/PEG-J

– Gastroscopie, sigmoidoscopie, colonoscopie met hooguit alleen biopten

– Videocapsule

– Vervolg ERCP

– Endo-echografie zonder punctie

– RFA van slokdarm, maag of rectum

– Stent plaatsing

Cardiologie

Pacemaker en dergelijke: bij laag tromboserisico VKA stop, DOAC 24h te voren stop. Bij hoog risico antistolling continueren, met INR 2-3

Elektrofysiologische onderzoeken;

– VT-; VKA door, INR 2-3 DOAC 24h stop

– Epicardiale ablatie; VKA stop DOAC 48h stop

– Hybride AF ablatie; VKA door, INR 2-2.5 DOAC n.v.t.

– Elektrofysiologische

onderzoeken

– SVT: INR max 3.0

– PVI: INR max 3.0

Thoraxchirurgie

– Longoperatie

– Mediastinoscopie

– Hartoperatie

Nefrologie

– Nierbiopt

Endocrinologie

– Bijniervenesampling

Hematologie

– Crista aspiraat of biopt (bij biopt stoppen als indicatie toelaat, anders streef INR max. 3.0)

Longziekten

– Bronchoscopie met

biopt

Gynaecologie/ obstetrie

– Debulkingsingrepen voor ovarium- of endometriumcarcinoom

– Sectio Caesarea

– Abortuscurretage

– Partus

– Liesklierdissectie

– Ruime lokale excisie

– Sentinal Node procedure lies

– Laparascopische ingrepen

– Laparotomie

– Reconstructies

– Bekkenbodemchirurgie

-Voor-/ achterwandplastiek

– Biopten vulva of cervix

KNO

– Schedelbasischirurgie

– Cochleair implantaat

– Orbitachirurgie/ excent ratio

– Tongbasis resectie

– Neusbijholte chirurgie

– Sanerende en reconstructieve oorchirurgie

– Weke delen chirurgie

– (Adeno) tonsillectomie

– Septumplastiek

– Rinoplastiek

– Therapeutische scopieën

– Mond(bodem) chirurgie

– Osteotomieën

– Diagnostische scopieën

MKA

– Kaakreconstructie

– Orbitachirurgie, inclusief behandeling orbitafracturen

– Mond(bodem) chirurgie

– Halsklierdissectie

– Osteotomie onderkaak (BSSO)

– Osteotomie bovenkaak (Le Fort I osteotomie)

– Bimaxillaire osteotomie

– Corticotomie

– Fracturen aangezicht, exclusief orbita

– Bottransplantaties met extra oraal bot

– Open kaakgewrichtschirurgie

– Extractie gebitselement(en)

– Parodontale ingreep

– Plaatsen implantat(en)

– Biopteren

– Chirurgische verwijdering gebitselement(en)

– Apexresectie

– Sinusbodemelevatie

– Peri-implantaire chirurgie

Neurochirurgie

– Intracraniële chirurgie

– Open wervelchirurgie

Oogheelkunde

– Ooglidingrepen met retroseptale componenten

– Trabeculectomie: indien overbrugging geïndiceerd, bij voorkeur niet opereren. Antistolling pas na 6 dagen hervatten

Wel DOAC stop volgens hoog bloedingsrisico, maar VKA mag door, met INR < 2.5:

strabismus, DCRs, enucleaties, evisceraties, grotere ooglidingrepen

zonder retroseptale component

– Netvlieschirurgie

– Cataract, keratoplastiek, ECP,kleine ooglidingrepen zoals chalazion, wratjes verwijderen; Vitrectomie en Baerveldt; netvliesloslatingen

geen controle INR nodig

Orthopedie

– Open wervelchirurgie

– Kniechirurgie/TKP

– Schouderchirurgie

Traumatologie

– Bekkenchirurgie

– Heup/femurchirurgie

Heelkunde

– Vaatchirurgie

– Niertransplantatie

– Halschirurgie

– Open resecties van: oesofagus/ maag/darm

– Lever/pancreas/milt

– Open cholecystectomie

– Adrenalectomie

– Mamma amputatie

– Onco/trauma amputatie

– Laparoscopische chirurgie

Plastische chirurgie

– Alle grote reconstructies

– Vaatmalformaties

Anesthesiologie

– Neuraxisblokkade

Radiologie

– Histologische biopten in nabijheid van vitale structuren en ruggenmerg

– Histologische biopten,

drainplaatsing en RFA in thorax- of periotoneaal holte

– Histologische schildklierbiopten

– Vasculaire interventies

– Histologische en vacuumbiopten mamma

– Histologische biopten van

oppervlakkige laesies en extremiteiten

– MSK RFA indien niet in nabijheid van vitale structuren of ruggenmerg

– Cytologische puncties en naaldaspiratie van ascites of pleuravocht

Dosering LMWH’s profylaxe en behandeling bij volwassenen

#LMWH_profylaxe_behandeling

Voor aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen van nadroparine en dalteparine is gekozen voor een geringere aanpassing dan de huidige richtlijnen (nog) adviseren. Voor nadroparine is dit gedaan op basis van onderzoek van Van Uden et al en voor dalteparine is gekozen voor analoge aanpassing (en mede gebaseerd op Park et al). Voor enoxaparine en tinzaparine zijn de huidige richtlijnen gevolgd.

NB Bij gebruik voor bridging wordt bij obesitas niet hoger gedoseerd dan de dosis voor 95-115 kg (nadroparine) of 90-110 kg (dalteparine), ook al is het lichaamsgewicht hoger.

#LMWH_dalteparine

DALTEPARINE

Bij overbrugging van vitamine-K antagonisten (oa acenocoumarol, fenprocoumon) doseren tot maximaal 110 kg (witte deel tabel).

Profylactische dosering

niet afhankelijk van nierfunctie

Therapeutische dosering bij eGFR > 30 ml/min

gewicht afhankelijk

Therapeutische dosering bij eGFR≤30 ml/min*

gewicht afhankelijk

<50 kg:

<50 kg:

1dd 10.000 IE

1dd 7.500 IE

50 tot 70 kg:

50 tot 70 kg:

1dd12.500IE

1dd 10.000 IE

70 tot 90 kg:

70 tot 90 kg:

1dd15.000IE

1dd 12.500 IE

90 tot 110 kg:

90 tot 110 kg:

Dalteparine (Fragmin®)

1dd5000IE

1dd18.000IE

1dd 15.000 IE

Bij obesitas (BMI≥40 kg/m2) 1dd 7500 IE

110 tot 130 kg:

110 tot 130 kg:

2dd12.500IE

1dd 18.000 IE

130 tot 150 kg:

130 tot 150 kg:

1dd 15.000 IE en 1dd 12.500 IE (12u tussen beide giften)

2dd 10.000 IE

150 tot 170 kg:

150 tot 170 kg:

2dd15.000IE

2dd 12.500 IE

≥170 kg:

≥170 kg:

2dd18.000IE

1dd 15.000 IE en 1dd 12.500 IE (12u tussen beide giften)

#LMWH_enoxaparine

ENOXAPARINE

Bij overbrugging van vitamine-K antagonisten (oa acenocoumarol, fenprocoumon) doseren tot maximaal 100 kg (licht gedrukte deel tabel).

Profylactische dosering

niet gewicht afhankelijk; niet afhankelijk van nierfunctie

Therapeutische dosering bij eGFR > 50 ml/min

gewicht afhankelijk

Therapeutische dosering bij eGFR 30-50 ml/min*

gewicht afhankelijk

Therapeutische dosering bij eGFR≤30 ml/min*

gewicht afhankelijk

<60 kg:

<60 kg:

<60 kg:

2dd 60 mg

2dd 40 mg

1dd 60 mg

60 tot 80 kg:

60 tot 80 kg:

60 tot 80 kg:

enoxaparine

1dd 40 mg

2dd 80 mg

2dd 60 mg

1dd 80 mg

80 tot 100 kg:

80 tot 100 kg:

80 tot 100 kg:

2dd 100 mg

2dd 80 mg

1dd 100 mg

100 tot 120 kg:

100 tot 120 kg:

100 tot 120 kg:

2dd 120mg

2dd 100 mg

2dd 60 mg

120 tot 140 kg:

120 tot 140 kg:

120 tot 140 kg:

2dd 140 mg

2dd 100 mg

2dd 80 mg

140 tot 160 kg:

140 tot 160 kg:

140 tot 160 kg:

2dd 160 mg

2dd 120 mg

2dd 80 mg

> 160 kg:

> 160 kg:

> 160 kg:

2dd 180 mg

2dd 140 mg

2dd 100 mg

#LMWH_Tinzaparine

TINZAPARINE

(tinzaparine kent geen afkappunt van de therapeutische dosering bij hoog lichaamsgewicht; er wordt doorgedoseerd op basis van 175 IE/kg 1 dd)

Profylactische dosering

niet gewicht afhankelijk; niet afhankelijk van nierfunctie

Therapeutische dosering

gewicht afhankelijk; niet afhankelijk van nierfunctie

<60 kg:

1dd 10.000 IE

60-80 kg:

1dd 14.000 IE

Algemene chirurgie:

80-100 kg:

1dd 3500 IE

1dd 18.000 IE

tinzaparine

Orthopedie:

100-120 kg:

1dd 4500 IE

1dd 20.000 IE

120-140 kg:

1dd 24.000 IE

140-160 kg:

1dd 28.000 IE

Nadroparine

#LMWH_nadroparine
 NADROPARINE Profylactische dosering

niet afhankelijk van nierfunctie

Therapeutische dosering bij eGFR > 30 ml/min

gewicht afhankelijk

Therapeutische dosering bij eGFR≤30 ml/min*

 

gewicht afhankelijk

<55 kg: <55 kg:
2dd 3.800 IE 2dd 2.850 IE
Nadroparine 1dd 7.600 IE 1dd 5.700 IE
(Fraxiparine® of 1dd 2.850 IE
 Fraxiparine Forte®  Bij obesitas (BMI≥40 kg/m2) 1dd 5700 IE 55 tot 75 kg: 55 tot 75 kg:
 (vroeger Fraxodi®)) 2dd 5.700 IE 2dd 3.800 IE
1dd 11.400 IE 1dd 7.600 IE
75 tot 95 kg: 75 tot 95 kg:
2dd 7.600 IE 2dd 5.700 IE
1dd 15.200 IE 1dd 11.400 IE
   
95-115 kg: 95-115 kg:
2dd 9.500 IE 2dd 7.600 IE
1dd 19.000 IE 1dd 15.200 IE
115-135 kg: 115-135 kg:
2dd 11.400 IE   2dd 9.500 IE
1dd 19.000 IE
135-180 kg: 135-180 kg:
2dd 15.200 IE 2dd 11.400 IE
>180 kg: >180 kg:
2dd 19.000 IE 2dd 15.200 IE
*Inclusief dialyse, NB1. Fraxiparine Forte 1dd is gecontra-indiceerd binnen de context van bridging