Behandeling van VTE – Kuitvenetrombose

Bij trombose vanaf bifurcatie V. poplitea of proximaler spreken we van een proximale diep-veneuze trombose. Als de trombose zich beperkt tot de venen van het diepe systeem onder het niveau van de V. poplitea (V. peroneus, V. tibialis posterior of V. tibialis anterior), dan spreken we van kuitvenetrombose. Tenslotte spreken we van een kuitspiervenetrombose bij een trombus in de vena gastrocnemius of vena soleus.

Behandeling van een kuitvenetrombose

De behandeling van een kuitvenetrombose hangt af van het risico op uitbreiding van de trombose naar proximaal. De keuze voor echografische follow-up of medicamenteuze behandeling kan afhangen van klinische en logistieke kenmerken.

  • Bij een geïsoleerde kuitspiervenetrombose is de kans op uitbreiding naar de V. poplitea heel klein, en is een expectatief beleid te overwegen. Hierbij is er geen voorkeur voor medicamenteuze behandeling boven echografische follow-up. Risicofactoren voor uitbreiding naar proximaal zijn oudere leeftijd, man, actieve kanker, afwezigheid van recent trauma, afwezigheid van zwangerschap, afwezigheid van varices.

Als er gekozen wordt voor echografische opvolging:

  • Verricht binnen 1 week opnieuw echografie en bespreek de uitslag (telefonisch) via de polikliniek interne geneeskunde of volgens lokale afspraken.
  • Instrueer de patiënt zich te melden als de symptomen tussentijds verslechteren.
Gekozen om deze over te nemen van de NHG-standaard “ diepveneuze trombose en longembolie” 2023.