Tabellen
Laag trombose risico
#laag_trombose_risico
|
Laag tromboserisico < 10% |
|
Geïsoleerd AF zonder recent herseninfarct/TIA < 6mnd |
|
MHV** in aortapositie zonder risicofactoren*** |
|
Recidiverende TIA/ herseninfarct zonder cardiale emboliebron |
|
Eenmalig TIA/ herseninfarct |
|
≥ 3 maanden na eerste VTE |
|
≥ 3 maanden na recidief idiopathische VTE |
*niet valvulair AF/ niet klep gerelateerd
** MHV: Mechanical Heart Valve
*** Risicofactoren zijn: atriumfibrilleren, linker ventrikel ejectiefractie< 35%, voorgeschiedenis van trombo-embolie.
Hoog trombose risico
#hoog_trombose_risico
|
Hoog tromboserisico >10% |
|
Geïsoleerd AF met reumatische hartziekte |
|
AF met MHV of recent (< 6 maanden) herseninfarct/TIA ongeacht de CHA₂DS₂-VA- score |
|
MHV ** in mitraal positie |
|
Hartklepprothese recent geplaatst (<3 mnd) |
|
Hartklepprothese met extra risicofactor *** |
|
MHV oud model: caged ball, tilting disc (Starr-Edwards, Björk Shiley) |
|
Intracardiale thrombus |
|
< 3mnd na eerste VTE |
|
< 3mnd na recidief idiopathische VTE |
*niet valvulair AF/ niet klep gerelateerd
** MHV: Mechanical Heart Valve
*** Risicofactoren zijn: atriumfibrilleren, linker ventrikel ejectiefractie< 35%, voorgeschiedenis van trombo-embolie.
Dosering DOAC’s profylaxe en behandeling bij volwassenen
#dosering_DOAC_profylaxe_behandeling_volw
|
dabigatran |
rivaroxaban |
apixaban |
edoxaban |
|
|
Merknaam |
Pradaxa |
Xarelto |
Eliquis |
Lixiana |
|
Atriumfibrilleren |
||||
|
Standaard dosering |
2dd 150 mg |
1dd 20 mg |
2dd 5 mg |
1dd 60 mg |
|
Aangepaste dosering |
2dd 110 mg bij leeftijd ≥80 jaar of co-medicatie met verapamil 2dd 110 mg bij:
EN één van volgende:
|
1dd 15 mg bij eGFR 10-50 ml/min of bij hoog bloedingsrisico (HAS-BLED 3 of hoger) gedurende combinatie met trombocyten- aggregatieremmer |
2dd 2,5 mg indien minimaal 2 van de volgende criteria:
|
1dd 30 mg indien minimaal 1 van de volgende criteria:
|
|
Contraindicatie nierfunctie?* |
Ja, eGFR<30 ml/min |
Indien HD, CVVH of PD dosis van 1dd 10mg |
Nee (indien HD, CVVH of PD standaard dosering, tenzij 2 of meer van bovenstaande criteria) |
Ja, indien HD, CVVH of PD |
|
Behandeling DVT en LE |
||||
|
Standaard dosering (geteld vanaf diagnosedatum) |
Dag 1 t/m 5: LMWH therapeutisch Vanaf dag 6: dabigatran 2dd 150 mg |
Dag 1 t/m 21: 2dd 15 mg Vanaf dag 22: 1dd 20 mg Bij langdurige behandeling na 6 maanden evt 1dd 10 mg tenzij grote kans op recidief |
Dag 1 t/m 7: 2dd 10 mg Vanaf dag 8: 2dd 5 mg Na 6 maanden ter preventie recidief: 2dd 2,5 mg |
Dag 1 t/m 5: LMWH therapeutisch Vanaf dag 6: edoxaban 1dd 60 mg |
|
Aangepaste dosering |
2dd 110 mg bij leeftijd ≥80 jaar of co-medicatie met verapamil 2dd 110 mg bij:
hoog ingeschat bloedingsrisico, bijv. recente bloeding, oesofagitis of gastro-oesofageale reflux |
Geen aangepaste dosering bij eGFR 10-50 ml/min 1dd 15 mg overwegen bij verhoogd bloedingsrisico |
Geen aangepaste dosering bij eGFR 10-50 ml/min |
1dd 30 mg indien minimaal 1 van de volgende criteria:
|
|
Contraindicatie nierfunctie?* |
Ja, eGFR<30 ml/min |
Indien HD, CVVH of PD dosis van 1dd 10mg |
Nee (indien HD, CVVH of PD standaard dosering, tenzij 2 of meer van bovenstaande criteria) |
Ja, indien HD, CVVH of PD |
Dosering LMWH’s profylaxe en behandeling bij volwassenen
#LMWH_profylaxe_behandeling
Voor aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen van nadroparine en dalteparine is gekozen voor een geringere aanpassing dan de huidige richtlijnen (nog) adviseren. Voor nadroparine is dit gedaan op basis van onderzoek van Van Uden et al en voor dalteparine is gekozen voor analoge aanpassing (en mede gebaseerd op Park et al). Voor enoxaparine en tinzaparine zijn de huidige richtlijnen gevolgd.
NB Bij gebruik voor bridging wordt bij obesitas niet hoger gedoseerd dan de dosis voor 95-115 kg (nadroparine) of 90-110 kg (dalteparine), ook al is het lichaamsgewicht hoger.
#LMWH_dalteparine
#LMWH_enoxaparine
#LMWH_Tinzaparine
Nadroparine
#LMWH_nadroparine
|
NADROPARINE |
Profylactische dosering niet afhankelijk van nierfunctie |
Therapeutische dosering bij eGFR > 30 ml/min gewicht afhankelijk |
Therapeutische dosering bij eGFR≤30 ml/min* gewicht afhankelijk |
|
<55 kg: |
<55 kg: |
||
|
2dd 3.800IE |
2dd 2.850IE |
||
|
nadroparine |
1dd7.600IE |
1dd 5.700 IE |
|
|
(Fraxiparine®of |
1dd 2.850IE |
||
|
Fraxiparine Forte® |
Bij obesitas (BMI≥40 kg/m2) 1dd 5700 IE |
55 tot 75 kg: |
55 tot 75 kg: |
|
(vroeger Fraxodi®)) |
2dd 5.700IE |
2dd 3.800IE |
|
|
1dd11.400IE |
1dd 7.600IE |
||
|
75 tot 95 kg: |
75 tot 95 kg: |
||
|
2dd 7.600 IE |
2dd 5.700IE |
||
|
1dd15.200IE |
1dd 11.400 IE |
||
|
95-115 kg: |
95-115 kg: |
||
|
2dd 9.500IE |
2dd 7.600IE |
||
|
1dd 19.000 IE |
1dd 15.200 IE |
||
|
115-135 kg: |
115-135 kg: |
||
|
2dd 11.400 IE |
2dd 9.500 IE |
|
1dd 19.000 IE |
|||
|
135-180 kg: |
135-180 kg: |
||
|
2dd 15.200 IE |
2dd 11.400 IE |
||
|
>180 kg: |
>180 kg: |
||
|
2dd 19.000 IE |
2dd 15.200 IE |
||
|
*Inclusief dialyse, NB1. Fraxiparine Forte 1dd is gecontra-indiceerd binnen de context van bridging |
|||
#interacterende_medicatie
#herstarten_acenocoumarol
#vervolgdosering_na_opstart
#vervolgdosering_acenocoumarol
#vervolg_tablet_fenprocoumon
#vervolg_mg_fenprocoumon
#herstarten_fenprocoumon
Perioperatief bloedingsrisico
#perioperatief_bloedingsrisico
Deze tabel is niet volledig: bij ontbrekende ingrepen overleggen met degene die de ingreep verricht.
LET OP: bariatrische ingrepen vormen een uitzondering met betrekking tot het perioperatief beleid. Hiervoor wordt verwezen naar een apart gedeelte van het regionale antistollingsprotocol.
|
Hoog bloedingsrisico VKA stop DOAC volgens “hoog bloedingsrisico” |
Normaal bloedingsrisico VKA stop DOAC volgens “laag bloedingsrisico” |
Niet significant bloedingsrisico Continueren antistolling |
|
|
Dermatologie |
– Mohs-procedure rondom het oog – STEEP-procedure. Beleid na ingreep in overleg met stollingsarts |
– Alle overige procedures, bij combinatietherapie zo mogelijk één onderbreken |
|
|
MDL |
– Lever en nierbiopt – Sigmoidoscopie met mogelijk poliepectomie – Coloscopie met mogelijk poliepectomie – Gastroscopie voor EMR of ESD – 1e ERCP ooit – Dilatatie tr digestivus – Endo-echografie met punctie – Rubberbandligatie bij slokdarmvarices en hemorroïden – PEG(J) en PEJ-plaatsing – PRG wissel met dilatatie |
– Wissel en verwijdering 1e PEG/PEG-J |
– Gastroscopie, sigmoidoscopie, colonoscopie met hooguit alleen biopten – Videocapsule – Vervolg ERCP – Endo-echografie zonder punctie – RFA van slokdarm, maag of rectum – Stent plaatsing |
|
Cardiologie |
Pacemaker en dergelijke: bij laag tromboserisico VKA stop, DOAC 24h te voren stop. Bij hoog risico antistolling continueren, met INR 2-3 Elektrofysiologische onderzoeken; – VT-; VKA door, INR 2-3 DOAC 24h stop – Epicardiale ablatie; VKA stop DOAC 48h stop – Hybride AF ablatie; VKA door, INR 2-2.5 DOAC n.v.t. |
– Elektrofysiologische onderzoeken – SVT: INR max 3.0 – PVI: INR max 3.0 |
|
|
Thoraxchirurgie |
– Longoperatie – Mediastinoscopie – Hartoperatie |
||
|
Nefrologie |
– Nierbiopt |
||
|
Endocrinologie |
– Bijniervenesampling |
||
|
Hematologie |
– Crista aspiraat of biopt (bij biopt stoppen als indicatie toelaat, anders streef INR max. 3.0) |
||
|
Longziekten |
– Bronchoscopie met biopt |
||
|
Gynaecologie/ obstetrie |
– Debulkingsingrepen voor ovarium- of endometriumcarcinoom – Sectio Caesarea – Abortuscurretage – Partus |
– Liesklierdissectie – Ruime lokale excisie – Sentinal Node procedure lies – Laparascopische ingrepen – Laparotomie – Reconstructies – Bekkenbodemchirurgie -Voor-/ achterwandplastiek |
– Biopten vulva of cervix |
|
KNO |
– Schedelbasischirurgie – Cochleair implantaat – Orbitachirurgie/ excent ratio – Tongbasis resectie – Neusbijholte chirurgie – Sanerende en reconstructieve oorchirurgie – Weke delen chirurgie – (Adeno) tonsillectomie |
– Septumplastiek – Rinoplastiek – Therapeutische scopieën – Mond(bodem) chirurgie – Osteotomieën |
– Diagnostische scopieën |
|
MKA |
– Kaakreconstructie – Orbitachirurgie, inclusief behandeling orbitafracturen |
– Mond(bodem) chirurgie – Halsklierdissectie – Osteotomie onderkaak (BSSO) – Osteotomie bovenkaak (Le Fort I osteotomie) – Bimaxillaire osteotomie – Corticotomie – Fracturen aangezicht, exclusief orbita – Bottransplantaties met extra oraal bot – Open kaakgewrichtschirurgie |
– Extractie gebitselement(en) – Parodontale ingreep – Plaatsen implantat(en) – Biopteren – Chirurgische verwijdering gebitselement(en) – Apexresectie – Sinusbodemelevatie – Peri-implantaire chirurgie |
|
Neurochirurgie |
– Intracraniële chirurgie – Open wervelchirurgie |
||
|
Oogheelkunde |
– Ooglidingrepen met retroseptale componenten – Trabeculectomie: indien overbrugging geïndiceerd, bij voorkeur niet opereren. Antistolling pas na 6 dagen hervatten Wel DOAC stop volgens hoog bloedingsrisico, maar VKA mag door, met INR < 2.5: strabismus, DCRs, enucleaties, evisceraties, grotere ooglidingrepen zonder retroseptale component |
– Netvlieschirurgie – Cataract, keratoplastiek, ECP,kleine ooglidingrepen zoals chalazion, wratjes verwijderen; Vitrectomie en Baerveldt; netvliesloslatingen geen controle INR nodig |
|
|
Orthopedie |
– Open wervelchirurgie – Kniechirurgie/TKP |
– Schouderchirurgie |
|
|
Traumatologie |
– Bekkenchirurgie – Heup/femurchirurgie |
||
|
Heelkunde |
– Vaatchirurgie – Niertransplantatie – Halschirurgie – Open resecties van: oesofagus/ maag/darm – Lever/pancreas/milt |
– Open cholecystectomie – Adrenalectomie – Mamma amputatie – Onco/trauma amputatie – Laparoscopische chirurgie |
|
|
Plastische chirurgie |
– Alle grote reconstructies – Vaatmalformaties |
||
|
Anesthesiologie |
– Neuraxisblokkade |
||
|
Radiologie |
– Histologische biopten in nabijheid van vitale structuren en ruggenmerg – Histologische biopten, drainplaatsing en RFA in thorax- of periotoneaal holte – Histologische schildklierbiopten |
– Vasculaire interventies – Histologische en vacuumbiopten mamma – Histologische biopten van oppervlakkige laesies en extremiteiten – MSK RFA indien niet in nabijheid van vitale structuren of ruggenmerg |
– Cytologische puncties en naaldaspiratie van ascites of pleuravocht |
https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/antitrombotisch_beleid/periprocedureel_beleid_bij_antistolling.html (tabel 3 perioperatief bloedingsrisico)
DOAC – Tabel 3: tromboseprofylaxe beleid
#DOAC_Tabel_3_tromboseprofylaxe_beleid
|
Geen indicatie voor bridgen |
Wel indicatie voor bridgen |
|
|
DOAC na bariatrische ingreep omgezet naar VKA |
– Postoperatief tot 2 weken Nadroparine 3800 IE/0,4 ml 1dd s.c. bij een gewicht van <100kg en 5700 IE/0,6 ml 1dd s.c. bij een gewicht van > 100kg. – VKA starten 2 weken postoperatief. – Nadroparine pas staken bij adequate INR. |
– Postoperatief 48u profylactisch nadroparine 3800 IE/0,4 ml 1dd s.c. bij een gewicht van < 100kg en 5700 IE/0,6 ml 1dd s.c. bij een gewicht van > 100kg daarna over op therapeutisch nadroaprine tot 2 weken postoperatief. – VKA starten 2 weken postoperatief. – Nadroparine pas staken bij adequate INR |
|
Herstart DOAC na bariatrische ingreep. |
– Postoperatief tot 4 weken Nadroparine 3800 IE/0,4 ml 1dd s.c. bij een gewicht van < 100kg en 5700 IE/0,6 ml 1dd s.c. bij een gewicht van > 100kg. – DOAC herstarten 4 weken postoperatief. |
– Postoperatief 48u profylactisch nadroaprine 3800 IE/0,4 ml 1dd s.c. bij een gewicht van < 100kg en 5700 IE/0,6 ml 1dd s.c. bij een gewicht van > 100kg daarna over op therapeutisch. – Nadroparine tot 4 weken postoperatief. – DOAC herstarten 4 weken postoperatief. |
NB: Mocht er toch een reden zijn om liever geen VKA te gebruiken na een bariatrische ingreep, dan heeft van de DOAC’s apixaban de voorkeur. Apixaban kan vanaf 4 weken postoperatief worden gestart. Monitor de apixabanspiegels of gekalibreerde anti-factor-Xa-activiteit 1, 3 en 6 maanden ná start van Apixaban en monitor vervolgens jaarlijks. Bij spiegels buiten populatiegemiddelden, heroverweeg opnieuw behandeling met apixaban en vervang door een VKA of LMWH (afhankelijk van de indicatie).
Aandachtspunten:
– Longembolie of DVT in de voorgeschiedenis is geen indicatie voor langer dan 4 weken profylaxe.
– Eerste gift nadroparine uitstellen tot tenminste 6 uur postoperatief.
