Ongefractioneerde heparine (UFH)

Monitoring

Meet het effect van continu toegediende ongefractioneerde heparine met de aPTT. Voor een therapeutische antistolling wordt een streefbereik van 1,5-2 x verlenging van de uitgangswaarde van de aPTT aanbevolen. Overweeg een anti-Xa meting indien de aPTT meting gestoord wordt door de aanwezigheid van een LAC, (verworven) factor deficiënties bij bijvoorbeeld lever insufficiëntie, sterk verhoogde FVIII waarden of trombocyten activatie. Streef hierbij naar een anti-Xa activiteit van 0,3-0,7 IU/l.

Dosering

Doseer volgens de volgende stappen:

  • Bepaal een uitgangswaarde voor de aPTT, voor de start met heparine. Als er geen uitgangswaarde voor de aPTT beschikbaar is, ga uit van midden van normale range.
  • Geef een bolus: 5000IE = 1 ml (5000 IE/ml, onverdund) heparine i.v.
  • Continueer met: 20IE/kg lichaamsgewicht per uur in glucose 5% of NaCl 0,9% als continue infusie via perfusor (zie lokaal handboek parenteralia)
  • Maak perfusorspuit klaar conform lokaal handboek parenteralia
  • 6 uur na start aPTT met spoed controleren en zo nodig de perfusorsnelheid aanpassen
  • Aanpassen perfusorspuit: ga uit van de ratio (actuele aPTT/uitgangswaarde aPTT)

Aanpassen perfusorspuit ongefractioneerde heparine

Ratio Bolus Stop perfusor Verandering IE/uur Controle aPTT
<1,2 5.000 IE 0 min + 120 na 6 uur
<1,5 5.000 IE 0 min + 80 na 6 uur
1,5-2,5 0 IE 0 min 0 ochtend/12 uur
2,5-2,9 0 IE 0 min – 80 ochtend/12 uur
3,0-3,7 0 IE 30 min -80 na 6 uur
>3,7 0 IE 60 min -120 na 6 uur

N.b. Indien langer dan 1 week ongefractioneerd heparine wordt gegeven moet 2 keer per week het aantal trombocyten worden bepaald ter uitsluiting van een HIT.

Couperen

Zie Bloedingen – Ingreep bij ongefractioneerd heparine (UFH)