Bloedingen – Ingreep bij trombolytica

Indien lokale hemostase onvoldoende of niet mogelijk is: 

  • Staak het trombolyticum. Bewijs voor de optimale behandelstrategie en een specifiek antidotum ontbreken.
  • Controleer en antagoneer overige antistolling, indien daar nog een effect van kan worden verwacht.
  • Individualiseer het aanvullend beleid bij voorkeur op basis van aangetoonde coagulopathie in combinatie met de lokalisatie, aard en ernst van de bloeding.
  • In afwachting van laboratoriumuitslagen fibrinogeenconcentraat 2 gram i.v. en een additionele dosis van 2 gram bij een fibrinogeen van 1,5 g/L of lager.
  • Tranexaminezuur 1 gram i.v. (eventueel 10 tot 15 mg/kg i.v.) gevolgd door 1 gram i.v. gedurende 8-uur per infuuspomp.
  • Fibrinogeenconcentraat, tranexaminezuur, plasma en trombocytentransfusie binnen het indicatiegebied voor massaal bloedverlies toepassen. Zie hier voor het lokale protocol massaal bloedverlies.

In overige situaties

  • Overweeg te streven naar een fibrinogeen van minimaal 1,5 g/L in eerste instantie met fibrinogeenconcentraat.
  • Overweeg tranexaminezuur 1 gram i.v. (eventueel 10 tot 15mg/kg i.v.) gevolgd door 1 gram i.v. gedurende 8-uur per infuuspomp.
  • Overweeg transfusie met plasma alleen indien correctie van een coagulopathie en/of bloeding op een nadere manier niet mogelijk is.
  • Maak een individuele risicoafweging bij een absolute indicatie voor chirurgie of andere invasieve procedure binnen 24 uur na trombolyse.
  • Overweeg te streven naar een fibrinogeen van minimaal 1,5 g/L in eerste instantie met fibrinogeenconcentraat.
  • Overweeg tranexaminezuur 1 gram i.v. (eventueel 10 tot 15mg/kg i.v.) gevolgd door 1 gram i.v. gedurende 8-uur per infuuspomp.